Uitgelicht

Een interview met André Rouvoet

Jeugd moet op de kaart staan’ André Rouvoet is sinds 22 februari 2007 vice-premier en programmaminister voor Jeugd en Gezin. Kort na zijn aantreden gaf hij antwoord op een aantal vragen over zijn plannen en verwachtingen:

Wat wilt u als minister bereiken?

De afgelopen jaren is in kaart gebracht wat we willen met het jeugd- en gezinsbeleid, bijvoorbeeld in Operatie Jong. Nu is het jasje uit, mouwen opstropen en gaan uitvoeren. Zodat kinderen niet achterop raken en ouders de weg vinden naar zorg of onderwijs. Ik heb daarvoor als programmaminister ook betrokkenheid op terreinen van andere bewindspersonen.
Ik hoop dat jeugd en gezin over vier jaar op de kaart staat. Dat er in wijken centra zijn voor jeugd en gezin, die jongeren en hun ouders wegwijs maken naar de hulp die ze nodig hebben. Dat kinderen weer veilig kunnen spelen in hun buurt. En dat gezinnen die het moeilijk hebben, financiële of andere ondersteuning krijgen.

Maar wat is dat precies, een programmaminister?

Het is een nieuw fenomeen. Een programmaminister krijgt een eigen begroting en heeft eigen bevoegdheden. Ik ga het hele jeugd- en gezinsbeleid doen. Daarbij heb ik dus ook zeggenschap over mensen die op andere ministeries zitten. Samen met collega-bewindslieden van Onderwijs, Justitie en Sociale Zaken gaan we ons inzetten in het belang van jeugd en gezin. Dat ik dit als minister kan doen, in dit kabinet met deze visie, vind ik fantastisch.

Wat inspireert u om juist deze ministerspost te nemen?

Het nieuwe van programmaminister spreekt me aan, maar zeker ook het onderwerp zelf. Het is een onderwerp dat past bij de ChristenUnie, dat vanouds veel accent in onze programma’s heeft. Met veel jongeren gaat het goed, gelukkig. Maar er zijn er ook die het niet alleen redden. Kijken hoe je gezinnen een steuntje in de rug kunt geven, dat past bij ons.
Binnen het kabinet ben ik de jeugd- en gezinstoets voor alle beleid. Zodra er in de ministerraad iets wordt gezegd over jeugd en gezin, zit ik op het vinkentouw.

Wat gaat u de komende maanden doen?

Ik zoek graag het contact met personen en organisaties die bezig zijn voor jeugd en gezin. De komende weken ga ik veel op werkbezoek. Samen met Sharon Dijksma, staatssecretaris van Onderwijs, ga ik op tournee door heel Nederland: ‘Op weg naar de kindertop’. We gaan op bezoek in steden waar ze wethouders Jeugd hebben, zoals in Amsterdam of Rotterdam, maar doen uiteraard ook kleinere plaatsen aan. Ik wil overal praten met mensen uit de praktijk van consultatiebureaus, brede scholen, zorgadviesteams. Om ideeën op te doen voor mijn programma voor de komende jaren, dat ik op 6 juni wil presenteren. Samen gaan we werk maken van jeugd- en gezinsbeleid.




Archief uitgelicht

  • ‘Het opnamevermogen van scholen moet verder opgerekt’
  • REC 4.5 Noord-Holland: ‘Passend onderwijs is simpel: gewoon je werk goed doen’
  • ZEK: snel zicht op sterke en zwakke punten zorg
  • Eduwiek - een ambitieus project
  • Twee kerels met een rugzak
  • Uitgaan van de mogelijkheden van elk kind
  • Moeder: ‘Kind wordt gewoner op reguliere school’
  • Passend onderwijs is al een redelijk vertrouwd verschijnsel in Zuid-west Friesland.
  • Drie kinderen en een echtgenoot met autisme
  • Gebruik maken van de bestaande sterke punten
  • Wiel Botterweck
  • Zmlk-klas ‘woont in’ op groen vmbo
  • Aansluiting Voortgezet Onderwijs moet beter
  • Eén school voor regulier én speciaal onderwijs
  • Blauwdruk van bovenaf werkt niet
  • Allereerst zoeken naar wat we delen
  • Petra Heegsma: Rol ouders onderschat
  • Alle leerlingen helpen om hun ambities waar te maken
  • Eén front vormen!
  • Eén vloeiende lijn, van voorschool naar mbo
  • Een interview met André Rouvoet



  • De nieuwe koers van Passend onderwijs is een hele verbetering ten opzichte van de eerdere plannen.

    eens
    oneens
    geen mening