| Wiel Botterweck |
Wiel Botterweck is de vertrekkende directeur van SBO Het Palet in Weert. Samen met o.a. de mensen van Bureau Jeugdzorg en een projectleider uit de zorg heeft hij de afgelopen zes jaar vorm en invulling gegeven aan het idee van passend onderwijs nog voor de term ‘Passend Onderwijs’ gangbaar was. Wiel: "Dat is in grote lijnen de rol die ik hier mocht spelen. We hebben de regie gevoerd rond het idee van het Dienstencentrum voor Onderwijs & Jeugdzorg Weert, dat zich op dezelfde locatie bevindt als onze school. Mijn laatste vier werkzame jaren ga ik werken bij de AVS (Algemene Vereniging voor Schoolleiders) in Utrecht, die een adviesafdeling passend onderwijs en passende zorg aan het opzetten zijn. Voor mij een mooie kans om op landelijk niveau passend onderwijs mede vorm te gaan geven. Eigen ontwikkelbehoefte In de regio Weert/Nederweert is veel aan samenhang gedaan. Sinds 1998 zijn wij op zoek gegaan naar wat kind en ouders nodig hebben om voor dat kind een eigen ontwikkelingperspectief te creëren. Elk kind is een belofte. Daar hebben wij op ingezet. De afgelopen jaren hebben wij passend onderwijs én passende zorg met elkaar proberen te verbinden en daarin is een aantal zorgpartners, maar met name Bureau Jeugdzorg Weert, leidend geweest. Deze regio kreeg als een van de eerste een veldlijnstatus toegewezen. Een veldlijnstatus aanschurkend tegen een experimenteerstatus. De verbinding is ontzettend belangrijk. Ouders moeten steeds hetzelfde verhaal vertellen, er zijn gescheiden budgetten, gescheiden juridische trajecten en veel belemmeringen. Daarnaast komt het dossier vaak bij dezelfde mensen langs alleen hebben ze dan een andere pet op. Dat is uitermate inefficiënt, stroperig en bureaucratisch. Ouder én kind volledige partner We hebben hier de afgelopen jaren op experimentele basis een platform gemaakt voor kinderen die echt tussen de wal en schip vielen, bij herhaling aan de rand terecht kwamen of onzichtbaar thuis zaten. In onze commissie van het samenwerkingsverband zitten Bureau Jeugdzorg, de Mutsaersstichting, maatschappelijk werk, PCL commissies (VO en PO), de ouder en vanaf 12 jaar ook de leerling als volwaardig partner. Dat is nieuw. Vooral de professionals hebben in die setting erg moeten oefenen om hun gedachten zichtbaar te maken en af te stemmen op de jeugdige of de ouder. Het idee om samen met de belanghebbenden in het systeem om tafel te gaan zitten dat heeft hier al heel veel opgeleverd. Maar het is even anders denken. Systeemdynamisch denken In de verschillende ontwikkelingstrajecten bereiken we meestal consensus. Toch zie je dat op het moment dat het organisatiebelang in het geding komt, de besluitvorming al anders gaat klinken en dan wordt strategisch gedrag zichtbaar. Wil je één loket vormgeven dan moet je in de doorontwikkeling rigoureus gaan ingrijpen in het systeem. Binnen het sociale kader is er heel veel overlap en veel grijs. Dat voedt het actie-, reactiedenken. We pompen veel geld in jeugdzorg maar een duurzame interventie, waardoor het systeem zich anders zou kunnen gedragen en kinderen en jeugdigen echt een nieuw perspectief wordt geboden, blijft uit. Bij symptoombestrijding, en dat doen we, ontstaat geen nieuw perspectief. Neem tijd voor reflectie. Zijn wij nog steeds dienstbaar aan wat wij moeten realiseren of is onze tijd voorbij? Kijk naar de lagen onder het symptoom en zoek naar de hefbomen om het systeem op een andere manier te beïnvloeden. Een dynamisch systeem beweegt constant en kan niet op de plaats gehouden worden. Morgen gebeurt er weer iets en ontstaat een nieuwe werkelijkheid. Wij moeten leren meer op een filosofische, morele, ethische manier naar ontwikkelingsperspectieven voor kinderen te kijken. En ja, dat is moeilijk voor onderwijs en zorgorganisaties om dat in andere vormen van dienstbaarheid zichtbaar te maken. 19e eeuw Ik zal een voorbeeld noemen. Mijn vierjarige kleinzoon legt mij uit wat een ‘Wii’ is en sjouwt met de laptop van zijn vader rond. Dat is de nieuwe wereld. Zijn wereld, zijn toekomst. Alleen dat ventje gaat straks naar school en komt in een 19e eeuws schoolsysteem terecht. Werkelijk. Waardoor hij het, als hij flexibel genoeg is en genoeg gewenst gedrag kan vertonen, uithoudt. Of hij wordt obstinaat omdat hij andere ontwikkelbehoeften heeft. Er wordt immers niet gekeken naar zijn ontwikkelbehoeften maar naar de methodiek van het systeem. Dus is de kans groot dat hij wordt gelabeld. Als je een kind als autist of ADHD’er bestempelt, dan wordt hij dat vanzelf. Laten we toch eens op zoek gaan naar de eigenheid van de kinderen van deze tijd. Voor de vakantie had ik over de plaatsing van een leerling een gesprek met een directeur van een Rec4 school. Die zegt: Ja, maar die leerling past niet in onze methode. Dát is helaas onze werkelijkheid. Als wij meer zouden luisteren naar de natuurlijke, organische processen van ontwikkelingen, dan plegen we andere en betere interventies. Wij moeten in het belang van onze kleinkinderen leren over onze eigen tijdsgrenzen heen te kijken en ons telkens afvragen welke interventie een werkelijke bijdrage levert aan het creëren van zijn/haar ontwikkelingsperspectief." |