Zoeken

Ongelijke behandeling

“Waarom heeft mijn dochter niet zo’n schrift?” vroeg de moeder van Hanna mij op verbolgen toon. “Ik zie allemaal kinderen in de klas met zo’n schrift.” Nou viel dat ‘allemaal’ wel mee, het waren er om precies te zijn drie, maar inderdaad had Hanna er geen. Ik legde moeder uit dat de leerlingen die in dat schrijfschrift werkten wat extra oefeningen nodig hadden voor de fijne motoriek, Hanna’s fijne motoriek was dik in orde en zij had dat dus niet nodig. Dat laatste hoorde ze nauwelijks, moeder vreesde dat haar dochter op deze manier werd achtergesteld. Gelukkig kon ook Hanna haar moeder uitleggen dat zij in haar schrijfschrift al veel moeilijker dingen schreef.

Het gelijk behandelen zit er niet alleen bij veel ouders in geslepen, ik ken ook leerkrachten die van mening zijn dat je zo min mogelijk onderscheid moet maken. Maar gelijk behandelen in gelijke situaties is iets anders dan goed kijken naar wat een leerling nodig heeft. Onlangs stelde ik een leerkracht voor om voor één leerling een beloningssysteem in te gaan zetten met betrekking tot zijn fysiek onhandige gedrag naar andere leerlingen. “Daar geloof ik niet zo in en ik vind dat niet eerlijk tegenover de rest van de groep,” was haar antwoord. Vanuit de vraag wat zij graag wilde bereiken met deze leerling ontstond een mooi gesprek over positieve bekrachtiging, een reactie die elke leerkracht dagelijks toepast. “Wat heb jij je werk goed nagekeken, fijn dat je er nog een fout uit hebt kunnen halen.” Dat is toch ook niet oneerlijk tegenover de rest van de groep?

Psycholoog Burrhus Frederic Skinner stelde vast dat gedrag sterk wordt bepaald door de prikkels vanuit de directe omgeving. We leren door wat hij noemt positive reinforcement: als we een handeling verrichten en iets positiefs ervaren zijn we automatisch geneigd de handeling vaker te vertonen.

In 2003, nog ver voordat Passend Onderwijs in een wet van kracht ging, ontdekte ik het boekje De grondwet van de opvoeding, geschreven door René Diekstra, lector Jeugd en Opvoeding aan de Haagse Hogeschool. Zijn grondwet van de opvoeding bestaat uit zeven artikels waarvan het eerste mijn motto is geworden in relatie tot Passend Onderwijs: Kinderen hebben, teneinde gelijke kansen te krijgen zich naar hun mogelijkheden en talenten te ontplooien, recht op ongelijke behandeling in opvoeding en onderwijs.

Dat is soms ook voor kinderen even wennen. Ik zie het elke keer gebeuren waneer er in een klas voor het eerst een leerling gebruik mag maken van een geluidwerende koptelefoon. “Ja, nu willen ze er allemaal een,” wordt er dan wel eens door een leerkracht gezucht. “Heb je het uitgelegd?” vraag ik dan. Weten de andere leerlingen dat zij zich wél goed van geluid kunnen afsluiten waardoor ze geconcentreerd kunnen werken? In dat geval wordt de koptelefoon niet alleen een veel minder begeerd object maar ontstaat er in de groep ook begrip voor de ander; niet iedereen kan zich even makkelijk concentreren en daar zijn hulpmiddelen voor. Zo kan de één blij zijn met het feit iets niet nodig te hebben en de ander met te krijgen wat hij nodig heeft.

Lidy Peters is op twee basisscholen interne begeleider voor het jonge kind, Lid van de LBBO en Redactielid van het Beter Begeleiden Magazine. Ze publiceert regelmatig over onderwijs. Zie ook lidypeters.blogspot.nl

Logo LBBO

www.lbbo.nl


Deel dit bericht

  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Facebook
De website passend onderwijs valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De informatie op deze website komt tot stand in samenwerking met onder andere de PO–Raad, de VO–raad, de AOC Raad en de MBO Raad.
Waarmerk drempelvrij