Zoeken

“Eigenlijk willen we nog veel verder gaan”

Leerlingen die vanuit de reguliere school uiteindelijk toch naar het speciaal (basis)onderwijs gaan: bij de Vuurvlinder is het al weer een paar jaar niet voorgekomen. Het gaat dus goed met passend onderwijs bij stichting Palludara, waar de Vuurvlinder onderdeel van is. Stafmedewerker onderwijs Gerlotte Majoor en Joop Fortuin van het college van bestuur leggen uit hoe de scholen te werk gaan en hoe ze belangrijke stappen hebben gezet. En wat er allemaal nog beter kan. “Want met passend onderwijs ben je nooit klaar.”

Hielke is een mooi voorbeeld. Door zijn moeilijke gedrag escaleerde de situatie in groep 5. Nu, in groep 8 van de Vuurvlinder, is hij een voorbeeldige leerling. Terwijl er toch ook wel over is gedacht om hem naar speciaal onderwijs te sturen. Maar tenslotte bleek hij toch op de juiste school te zitten. Hij en andere leerlingen die extra ondersteuning krijgen. In ieder geval is er de laatste jaren niemand meer van de Vuurvlinder naar het speciaal onderwijs gegaan.

Jullie lijken goed op dreef te zijn met passend onderwijs. Waarin schuilt het succes?

Joop Fortuin: “Ons uitgangspunt is wat het beste is voor een kind. We willen ze zo ‘thuisnabij’ en licht mogelijk bedienen. Met die inhoudelijke insteek waren we al bezig, maar met passend onderwijs is er wel een versnelling in gekomen. We hebben de laatste vijf jaar flinke stappen gemaakt.” 

Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Gerlotte Majoor: “Als een leerling is aangemeld kunnen we individuele casuïstiek in ons intern aanmeldingsteam bespreken. Dan vragen we ons af: wat is goed voor deze leerling? Welke route is goed voor hem en wat kunnen we als school daarin betekenen? Kan het inderdaad dichtbij en zo licht mogelijk? Want we willen dat de kinderen zo veel mogelijk kunnen opgroeien in hun eigen omgeving, buurt of dorp. Daarna wijzen we onderwijsassistenten toe. Dat kan er bijvoorbeeld een zijn die gespecialiseerd is in jonge risicoleerlingen. We kijken dus goed welke specialismen we in huis hebben. Maar we kunnen ook allerlei materialen inzetten, zoals speciale stoelen, laptops, wiebelkussens en koptelefoons.”

Die specialistische kennis, is daar scholing aan vooraf gegaan?

JF: “Specialisme kun je extern halen, maar je kunt het ook intern tot stand brengen, bijvoorbeeld door scholing. Daar zijn we ook zeer actief mee bezig, want we willen alles met onze vijftien  scholen zo veel mogelijk zelf doen. Daarom stimuleren we dat mensen binnen de organisatie dingen van elkaar opsteken.”

GM: “We hebben ook een bovenschoolse ambulante begeleider gedrag aangesteld, die bij de scholen langsgaat en zo een beeld krijgt van welke leerling en problematiek waar zit. Bovendien hebben we de schoolondersteuningsprofielen van alle scholen en elke drie jaar bekijken we waar onze expertise zit en welke hiaten er nog zijn, waar we dan weer scholingsbeleid op kunnen zetten.”

Om wat voor concrete zaken kan het dan gaan?

GM: “We hebben vorig jaar ingestoken op jongekindspecialisten en de afgelopen jaren hebben we ons sterk gemaakt voor medisch handelen op de scholen. Daarnaast willen we ons verder ontwikkelen op het gebied van dyscalculie.”

Wat staat er nog op de agenda?

GM: “We willen steeds meer preventief gaan werken. Het zorgadviesteam werkt nu nog wat meer aan de achterkant, als er al een escalatie geweest is. Dat moet meer naar de voorkant: preventief onderwijsassistenten op allerlei plekken inzetten. En daarbij natuurlijk de ouders betrokken houden, want daar staat of valt de begeleiding bij.”

JF: “Eigenlijk willen we nog veel verder gaan. Maar dan zie ik nog wel wat knelpunten. Ten eerste is het spannend dat we een breed palet aan leerlingen willen bedienen, van kinderen met ontwikkelingsachterstanden tot hoogbegaafde leerlingen. Tegelijkertijd moet je het voor álle kinderen beter zien te maken. En preventief werken is mooi, maar dan kom ik toch bij de bekostiging. De techniek van financieren is in orde, maar met onze ambities bijvoorbeeld is wat we nodig hebben en wat we krijgen niet in balans. De overheid heeft het niet realistisch benaderd door uit te gaan van de situatie in 2008. We moeten er van alle kanten geld bijslepen.”

“Een ander punt is de afstemming met jeugdzorg. We zoeken elkaar al veel vaker op, maar ik vind dat jeugdzorg het nog te verkokerd benadert: dit is onderwijs en dit is zorg. Terwijl we één kind, één plan’ prediken. Het geldt ook voor de huisartsen: soms zeggen die gewoon dat het kind naar het sbo moet. Dan denk ik: Stem eerst af met de andere professionals, zodat je met één verhaal naar de ouders kunt komen.”

En hoe gaat het in het samenwerkingsverband?

JF: “Ik zie nog te veel dat binnen het samenwerkingsverband kinderen naar het sbo gaan ook omdat er andere belangen meespelen. Dat is wel begrijpelijk, maar ook jammer, omdat het in een aantal gevallen echt niet hoeft.”

GM: “Gelukkig zijn er al samenwerkingsverbanden die het anders organiseren en ervoor zorgen dat er in de toeleiding geen financiële prikkel meer verweven zit.”

Jullie gaan hoe dan ook door op de ingeslagen weg?

GM: “Het is mooi om te zien hoe we gegroeid zijn, maar het is een illusie om te denken dat het af is.”

JF: “Je bent nooit klaar met passend onderwijs.”


Deel dit bericht

  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Facebook
De website passend onderwijs valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De informatie op deze website komt tot stand in samenwerking met onder andere de PO–Raad, de VO–raad, de AOC Raad en de MBO Raad.
Waarmerk drempelvrij