Zoeken

“Onze governance met een onafhankelijke voorzitter werkt uitstekend”

De governance van samenwerkingsverbanden moet zorgen voor een goede scheiding van bestuur en toezicht. Dat kan met een raad van toezicht, maar er zijn ook andere, ‘lichtere’ vormen mogelijk. Samenwerkingsverband Eemland (vo) koos voor een onafhankelijk voorzitter van het bestuur. Directeur-bestuurder Riemer Poortstra legt uit waarom.

Hoe is jullie governance-model precies tot stand gekomen?

“Het nieuwe samenwerkingsverband kreeg naast deelnemers uit het voortgezet onderwijs ook aansluiting van een aantal vso-besturen. Toen hebben we de bestuurlijke inrichting doorgelicht en gekeken naar wat de meest praktische en gewenste situatie zou zijn. We kwamen uit op een toezichthoudend bestuur waarvoor het intern toezicht ook meteen geregeld zou zijn, een directeur-bestuurder en een onafhankelijke voorzitter.”

Waarom hebben jullie voor een onafhankelijke voorzitter gekozen?

“Omdat de belangen in het samenwerkingsverband te groot zijn om zo maar een van de deelnemers als een soort primus inter pares voor naar voren te schuiven. Tegelijkertijd zijn bij de start van passend onderwijs de belangen ook zó groot, dat het bestuur het onverstandig vond om bijvoorbeeld met een raad van toezicht meteen op grote afstand te komen staan van de praktijk. De bestuursleden wilden graag nauw betrokken blijven bij een aantal zaken. Daarom hebben we gekozen voor een onafhankelijk voorzitter, die geen onderdeel uitmaakt van het bestuur en geen belang heeft bij uitvoering en zaken die bij het samenwerkingsverband spelen.”

Hoe gaat de onafhankelijk voorzitter te werk?

“Het bestuur benoemt de voorzitter en zijn taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in een managementstatuut. Daarin staat ook wat we onder de term ‘onafhankelijk’ verstaan. Het toezichtmodel heeft een praktijk opgeleverd waarbij er een paar onderwerpen zijn waarmee het bestuur zich ook beleidsmatig bemoeit. En het geheel moet functioneren mede met het wakend oog  en borging van die onafhankelijke voorzitter, die erop let dat de gedragscode wordt nageleefd en iedereen zich aan z’n eigen rol houdt.”

Hoe bevalt deze constructie?

“Heel goed. Uit een evaluatie blijkt dat het model voor alle lagen uitstekend werkt. We hebben een paar zware thema’s gehad, waarbij het ging over de herverdeling van middelen, de overgang van leerlingvolgend naar bedragen per leerling en rechtdoen aan historische verschillen die er zijn in het samenwerkingsverband. Daar zijn we met alle partijen goed uitgekomen. Maar dat lukt ons alleen maar als we niet het bestuur tot centrum van het samenwerkingsverband te verklaren, maar ook andere lagen met elkaar in verbinding brengen. Een van die lagen is het directeurenberaad, een soort adviesorgaan voor de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband. Het bestuur neemt geen besluit voordat het advies van dat directeurenberaad is ingewonnen. Uitzonderingen daarbij zijn de begroting en de jaarrekening, want  de afdeling financiën is echt voor het bestuur zelf.”

Conclusie?

“Je kunt wel naar de letter van de wet governance-principes in gaan voeren, maar die passen niet één-op-één goed bij onze bestuurssamenstelling. In het bestuur zitten leden die op hun beurt weer namens een rechtspersoon, een school,  afgevaardigd zijn en zelf ook onder toezicht staan. Daarom hebben wij die ‘getraptheid’ aangebracht, terwijl een normale governance uitgaat van twee lagen: de uitvoering en de toezichthouder. Met ons model houden we wisselgeld over om tot consensus te komen. En dat is natuurlijk wel de praktijk waarin je je bestuurlijke taken moet kunnen uitvoeren.”


Deel dit bericht

  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Facebook
De website passend onderwijs valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De informatie op deze website komt tot stand in samenwerking met onder andere de PO–Raad, de VO–raad, de AOC Raad en de MBO Raad.
Waarmerk drempelvrij