Zoeken

Opting out lwoo door samenwerkingsverband Groningen Stad

Het loslaten van de criteria van lwoo

Toewijzing van ondersteuning door de scholen zelf

“We willen voor de scholen meer ruimte scheppen in de uitvoering van de ondersteuning aan leerlingen binnen het vmbo. We kiezen er daarom voor om de scholen zelf de toewijzing voor extra ondersteuning te laten regelen, zonder het ter beoordeling voor te leggen aan een commissie.”

Groningen heeft ervoor gekozen om de regie over de toewijzing van ondersteuning bij de scholen zelf neer te leggen. Zo ligt de signalering van leerlingen met een aanvullende ondersteuningsbehoefte bij de deskundigen van de school. In samenwerking met de ouders, ketenpartners en het expertise- en consultatieteam van het samenwerkingsverband, bepalen zij welke ondersteuning de leerling toegewezen krijgt. De directie van het samenwerkingsverband verwacht dat dit zal leiden tot kwaliteitsverbetering van de ondersteuning. “Scholen moeten nu daadwerkelijk plannen maken over hoe de ondersteuning voor deze doelgroep in te richten (arrangementen) en daarover een zekere mate van verantwoording afleggen”. 

Ontwikkelingsperspectief (OPP) leerrendement in plaats van aanwijzing lwoo

De term lwoo bestaat niet meer voor de nieuw aan te melden leerlingen. Voor nieuwe leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben vanwege leerachterstanden wordt geen aanwijzing lwoo meer aangevraagd bij het samenwerkingsverband. De scholen registreren nieuwe leerlingen niet meer als lwoo-leerling in BRON. In plaats daarvan kunnen vmbo-scholen een OPP leerrendementen opstellen voor leerlingen met een leerachterstand. Dit OPP is exclusief voor het vmbo aan te vragen door de scholen die een lwoo-licentie hadden in 2015. Voor de komende twee jaar worden de landelijke didactische criteria hierbij gevolgd als richtlijn. In het OPP formuleren scholen hoe ze omgaan met de leerachterstanden van de leerling. In het handelingsdeel hebben ze daarbij de mogelijkheid te verwijzen naar een groepsplan. De intensiteit en de duur van een OPP leerrendementen bepaalt de school zelf.

Voor leerlingen met een overige ondersteuningsbehoefte kan de school nog een apart OPP opstellen. De OPP’s registreert de school in BRON en de school geeft de aantallen (onderscheiden in OPP leerrendementen en OOP overige ondersteuningsbehoefte) door aan het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband verdeelt de voormalige middelen lwoo aan de hand van de OPP’s leerrendement over de scholen op basis van het bedrag per leerling dat door OCW aan een lwoo-beschikking wordt toegekend. Deze wijze van bekostiging leidt volgens het samenwerkingsverband tot het ontschotten van de middelen voor leerrendementen (huidige lwoo-middelen) en middelen voor ondersteuning aan leerlingen met sociaal-emotionele en/of gedragsproblematiek (huidige arrangementen/voormalig LGF). Een ander voordeel is dat het de verschuiving in leerlingenpopulatie volgt en scholen jaarlijks de middelen ontvangen die voor de geboden ondersteuning nodig zijn.

Van de eerste gesprekken naar besluit

Het management van het samenwerkingsverband is al in 2013 begonnen met het voeren van gesprekken over opting out lwoo, omdat zij hierin kansen zag voor scholen en voor de uitvoering van ondersteuning aan leerlingen. Het samenwerkingsverband wil het geld niet simpelweg gelijk verdelen over de scholen maar geld toedelen daar waar het nodig is. Verder wil men op het niveau van het samenwerkingsverband ook een zekere sturing op de kwaliteit houden. Van het begin af aan zijn de drie lagen – werkvloer, directie, bestuurders – meegenomen in het proces. Het Algemeen Bestuur en de ondersteuningsplanraad hebben respectievelijk in juni 2015 en september 2015 ingestemd met het nieuwe beleid voor indicaties, bekostiging en ondersteuning van leerlingen met leerachterstanden.

Een perverse prikkel?

Het samenwerkingsverband moet nog ervaren wat de nieuwe systematiek brengt. Zo is er het risico van een ‘perverse prikkel’ voor scholen bij de OPP’s voor overige ondersteuningsbehoeften (een OPP levert immers geld op). Om hier grip op te krijgen wordt een systeem van audits en collegiale visitatie opgezet. De komende jaren moeten uitwijzen hoe hiermee omgegaan wordt. Is het inderdaad een systematiek waar het samenwerkingsverband iets mee kan? De komende twee jaren worden daarom beschouwd als een overgangsperiode om de uitwerkingen van het nieuwe beleid verder in kaart te brengen.

 

De website passend onderwijs valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De informatie op deze website komt tot stand in samenwerking met onder andere de PO–Raad, de VO–raad, de AOC Raad en de MBO Raad.
Waarmerk drempelvrij