Zoeken

Ontwikkelingsperspectief

Voor welke leerlingen moeten scholen een ontwikkelingsperspectief opstellen?

Scholen moeten verplicht een ontwikkelingsperspectief opstellen voor de volgende leerlingen:

  • leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs
  • leerlingen in het praktijkonderwijs
  • leerlingen in het speciaal basisonderwijs
  • leerlingen die extra ondersteuning krijgen in het regulier basis- en voortgezet onderwijs

Reguliere basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs hoeven geen ontwikkelingsperspectief op te stellen voor leerlingen die ondersteuning krijgen die valt onder het basisondersteuningsaanbod, zoals begeleiding bij dyslexie of kortdurende remedial teaching.

De PO-Raad en VO-raad ontwikkelden brochures over het ontwikkelingsperspectief voor het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs:

Wanneer moeten leerlingen een ontwikkelingsperspectief hebben?

  • Voor elke leerling in het (voortgezet) speciaal onderwijs moeten scholen een ontwikkelingsperspectief vaststellen binnen 6 weken na inschrijving van de leerling.
  • Voor elke leerling in het praktijkonderwijs en speciaal basisonderwijs moet het bevoegd gezag een ontwikkelingsperspectief vaststellen binnen 6 weken na inschrijving van de leerling.
  • Voor elke leerling in het regulier onderwijs die extra ondersteuning nodig heeft, moet het bevoegd gezag een ontwikkelingsperspectief vaststellen binnen 6 weken na inschrijving van de leerling.
  • Voor elke leerling die tijdelijk is geplaatst op een andere school of instelling, moet het bevoegd gezag het ontwikkelingsperspectief vaststellen binnen 6 weken na definitieve plaatsing van de leerling.

Wat moet er in het ontwikkelingsperspectief staan?

In het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) en in het regulier basis- en voortgezet onderwijs, speciaal basisonderwijs en praktijkonderwijs moet in het ontwikkelingsperspectief in elk geval de te verwachten uitstroombestemming en de onderbouwing daarvan staan. De onderbouwing bevat minimaal de factoren die het onderwijsproces belemmeren en bevorderen.

In het ontwikkelingsperspectief van het regulier basis- en voortgezet onderwijs, speciaal basisonderwijs en praktijkonderwijs staat extra informatie ten opzichte van het (v)so-ontwikkelingsperspectief, namelijk de afwijkingen van het reguliere onderwijsprogramma en de te bieden begeleiding en ondersteuning.

De Inspectie van het Onderwijs ziet toe op het ontwikkelingsperspectief.

Lees meer over toezicht en inspectie.

Wie stelt het ontwikkelingsperspectief vast en wie stelt het bij?

Het bevoegd gezag stelt het ontwikkelingsperspectief vast, nadat het hierover op overeenstemming gericht overleg heeft gevoerd met de ouders. In het (voortgezet) speciaal onderwijs krijgt het bestuur hiervoor advies van de Commissie voor Begeleiding (voor cluster 3 en 4) of de Commissie voor Onderzoek (voor cluster 1 en 2). De school evalueert het ontwikkelingsperspectief jaarlijks met de ouders en stelt het zo nodig bij. Als ouders het niet met het perspectief eens zijn, kunnen zij terecht bij de geschillencommissie voor ouders.

Hoe werkt de registratie van het ontwikkelingsperspectief?

De wetgeving over de registratie van het ontwikkelingsperspectief gaat op 1 augustus 2015 in. Deze wetgeving regelt dat scholen in de leerlingenadministratie moeten registreren voor welke periode een leerling een ontwikkelingsperspectief heeft. De inhoud van het ontwikkelingsperspectief hoeft niet te worden geregistreerd. Ook regelt de wet welke leerlingen op een orthopedagogisch didactisch centrum zijn geplaatst. Verder gaan de epilepsiescholen en instellingen voor cluster 1 en 2 registreren welke leerlingen zij buiten hun eigen instelling begeleiden.

Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en praktijkonderwijs geldt de registratieplicht niet; daar hebben immers alle leerlingen een ontwikkelingsperspectief.

Meer informatie over de registratie vindt u op de website van DUO.

De website passend onderwijs valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De informatie op deze website komt tot stand in samenwerking met onder andere de PO–Raad, de VO–raad, de AOC Raad en de MBO Raad.
Waarmerk drempelvrij